woensdag 3 februari 2010

Eerste bericht uit Anna Koosje's hiernamaals

Ze heeft het goed gehad bij Bas en Wendy, en ze moet nog duidelijk aan wennen aan (weer) een nieuw bestaan. Deze ronde geen permanent aanwezig gezellig gezin met een ronddreutelend kindje, maar twee liefhebbers op leeftijd voor wie de eerste woning op het land is. Dus ze ligt al bijna twee weken onbewoond in de Veerhaven in Rotterdam. Wel tussen allemaal andere schepen van haar niveau, met wie ze zo te zien een goed en gezellig contact heeft. Sommigen kennen haar nog van een vorige winter, toen ze hier ook een paar weken gelegen heeft. In ieder geval havenmeester Bertus is blij haar weer te zien.
Maandag 18 januari was de overdracht. Het was vreemd - zoiets gebeurt je niet elke dag, niet als je 79 bent zoals Anna Koosje, en niet als je 66 of 60 bent zoals Rob en Johan. Maar daar waren we dus die ochtend, het was koud, midden in de langste vorstperiode die Nederland sinds jaren heeft gekend.
Peter Drewes was mee; wij hebben samen bij de bunkerboot van Markus in Utrecht nog een mooie scheepsbel aangeschaft, dus we kwamen niet met lege handen.
Anna Koosje was vreemd leeg. Niet echt leeg want de steigerhouten tafel en wat losse meubelen waren het weekend al binnengetakeld, maar dat is geen substituut voor het samenhangende en levende huishouden dat er geweest was. Het moet allemaal weer nieuw groeien, en dat komt met de tijd. Inspectierondje met Bas - ja, alles wat er moest zijn, was er en ziet er goed uit. Ik had er een gevoel van lichte nervositeit bij, zoiets als bij een puber voor zijn eerste date. Wat is ze mooi, en gaat het worden wat we ervan verwachten?
Naar de notaris, die dit hoogtepunt in onze levens reliëf gaf met zijn gortdroge zakelijkheid en de bewering dat het "zijn probleem" was als het kadaster niet zou doen wat het moest doen.
En toen, ja, toen was het ons schip, maar wat doe je dan - opnieuw het probleem van de puber en z'n date. We waren van plan geweest die week te gebruiken voor de reis naar Rotterdam, langs Haarlem, Alphen, Gouda, Dordrecht, gevarieerd water dus waar we uitgebreid zouden kunnen wennen aan Anna Koosje en haar mogelijkheden. Maar het zicht was belabberd en op de kanalen lag 8 centimeter ijs. Dus hebben we die dag, en de dinsdag, en de helft van de woensdag, maar gezellig rond het houtkacheltje gezeten, eindeloos heen en weer gereden naar winkels voor fittingen en lampenkapjes, want de kunstig door Johan op Marktplaats aangeschafte hanglamp bleef hangen,
maar scheef.

Daarbij bleek het belang van technische mensen aan boord, want na lang gezoek stelde Rob vast dat het onontkoombaar was: de keukenweegschaal (ook al aan boord!) wees uit dat de kelkjes verschillend van gewicht waren! De provisorische oplossing met een zware tang aan één kant leek ons toch niet ideaal voor langere tijd. Hoe dan ook, het gedoe leverde ons ook een buitengewoon goede relatie op met de mevrouw van de lampenwinkel, die voor € 2,30 omzet toch wel een uurtje met ons is bezig geweest!

Ook voor het eerst meegemaakt hoe je in een keer 1900 liter diesel kunt tanken. Is me met mijn auto nooit gebeurd!
Woensdag tegen de middag het grote moment. De mist was aan het optrekken en we waren er inmiddels achter dat de route via het Amsterdam-Rijnkanaal ijsvrij was. Dan maar niet de touristische route, maar wel varen! Het was een spannend moment toen ik haar van haar vertrouwde Zaanse steiger mocht wegvaren.
(Iedereen spreekt altijd schande over het Droit du Seigneur, bedacht ik, maar staat er ook wel eens iemand bij stil hoe zenuwachtig de seigneur kan zijn...?)
Het Noordhollands Kanaal uit, bakboord uit het IJ op met zijn veerponten en zijn verkeerscentrales, bar spannend allemaal. We stonden de hele tijd met zijn drieën in de stuurhut
en genoten! Tot er gelukkig iemand langskwam met boterhammen met kaas en het eerste lunchbiertje. Een oude traditie die alleen op de beste schepen in ere wordt gehouden.




In Utrecht hadden we een afspraak met de landcrew. We hadden Ewout overvallen met de vraag of hij als extra paar handen aan boord zou willen komen (plus hoofd, plus charme, plus persoonlijkheid natuurlijk, sorry sorry) omdat we toch wat onderbemand waren. Ik had de week tevoren mijn arm uit de kom geskied, waardoor ik echt bijna niets kon uitrichten. Dan is twee resterende bemanningsleden op een onbekend schip toch te krap. Ewout had eerst nog een landrottenverplichting met zijn wandelclub, maar raapte daarna zijn plunjezak en monsterboekje bij elkaar en zo konden we hem langs de kade van het Utrechtse Kanaleneiland oppikken. Mét een verse lading kachelhout, want dat ging er snel doorheen. De dames vonden A-K maar klein tussen al die grote jongens op het kanaal...
Wij voeren nog een klein eindje verder, door de sluis van het Merwedekanaal, en verder tot aan een wat mij betreft betoverende aanlegplaats in Jutphaas. Ja, Jutphaas, op een steenworp van waar Doorn, onderdeel van een van de minst schilderachtige gemeentes van Nederland, Nieuwegein, en toch verrassende. Wij vonden een plek tegenover het theehuisje van een kasteel waar ik nog nooit van gehoord had, Rijnhuizen. Onze eerste aanlegplaats, en onmiddellijk een herinnering aan alle havens waar we met de Alcedo ooit geweest zijn - Greetsiel, Carolinensiel, Dieppe, Fécamp - overal kwamen we steeds aan in het leukste deel van de stad, zonder de prijs te betalen van een doortocht door doodse industrieterreinen en nieuwbouwwijken. En nu dus Jutphaas!
Voor de volgende dag was het plan, het Merwedekanaal te vervolgen en door te gaan naar Gorinchem. Dat ging niet door wegens te veel ijs in het kanaal, en daar wilden we Anna Koosje niet aan blootstellen. Rechtsomkeert dus, en via de Lek in één ruk door naar Rotterdam. Eerste ervaring met het Blauwe Bord, na een belangstellende vraag van stuurman Peter Drewes waarom dat tegemoetkomende schip zo'n vreemde koers voer en een blauw schitterlicht aan had. Zo zullen we elke vaardag wel ergens over wijzer worden.
We hadden ons mentaal al wat voorbereid dat we een 29 meter lang schip waarschijnlijk niet zomaar een smalle haveninggang in zouden krijgen, en zeker niet achteruit. Maar stuurman Rob liet zien dat hij wel vaker met een motorschip had gemanoeuvreerd, en na enkele voorbereidende oefeningen in achteruitvaren in de Rijnhaven kreeg hij de Anna Koosje, op het tijdstip van de geringste stroming op de Nieuwe Maas, keurig de haven binnen. We waren nauwelijks aangelegd of we werden begroet door een enthousiaste dame op de steiger - "O, de Anna Koosje, wat een mooi schip, die hadden we zelf willen kopen!" Kijk, zo hoort dat, zo zijn we dat een beetje gewend. De dame bleek Bertie Ledeboer te zijn, die jaren lang samen met haar man Kees met de zeillogger Lotos had gevaren. Dat leven was mooi maar uiteindelijk toch te veeleisend. De Lotos hebben ze niet lang geleden verkocht, en Bertie's droom is nu een schip als de Anna Koosje om de Europese binnenwateren mee te bevaren. Kortom, dezelfde beweging die wij zelf ook hebben gemaakt.

Geen opmerkingen: